Femicide in Nederland: Een Tegenonderzoek naar Verantwoordelijkheid, Transparantie en Narratieve Controle

Femicide in Nederland

Het debat over femicide in Nederland wordt vaak gedomineerd door een schijnbaar eenvoudige, schokkende statistiek: gemiddeld elke acht dagen wordt een vrouw vermoord. Maar deze focus op het wat verhult een crucialere vraag: het wie. Wie definieert dit probleem? Wie bepaalt welke zaken onze aandacht krijgen en welke in de schaduw blijven? Narratieven ontstaan niet spontaan; ze worden zorgvuldig geconstrueerd, gefinancierd en verspreid door een netwerk van concrete actoren met specifieke belangen en agenda’s.

Dit artikel, gebaseerd op het diepgaande rapport “Femicide in Nederland: Een Tegenonderzoek”, legt dit verantwoordelijkheidsnetwerk bloot. We introduceren de Femicide Transparantie-Index (FTI) om de openheid van sleutelorganisaties te meten. Via een gedetailleerde Actor Mapping en een AI-audit van mediaframing onthullen we de architecten van het discours, de mechanismen van narratieve controle en de systematische stiltes die bepaalde, ongemakkelijke waarheden buiten beeld houden. Dit is geen abstracte analyse, maar een routekaart naar structurele transparantie en het afleggen van verantwoording.

Femicide in Nederland: Het Verantwoordelijkheidsnetwerk Achter het Debat

De constructie van het femicide-narratief is het werk van een invloedrijk en hecht netwerk van individuen en instituties. Van ministers tot journalisten en van gesubsidieerde NGO’s tot officieren van justitie; elk speelt een rol in het framen van het probleem.

De Staat als Regisseur: Politiek en Beleid

De politieke eindverantwoordelijkheid voor de aanpak van femicide lag in de onderzoeksperiode (2018-2024) bij een reeks bewindspersonen. Op het Ministerie van Justitie en Veiligheid waren dit de ministers Ferdinand Grapperhaus (CDA, kabinet-Rutte III) en Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD, kabinet-Rutte IV), bijgestaan door minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind (D66, kabinet-Rutte IV). Hun beleid culmineerde in het ambitieuze plan van aanpak ‘Stop Femicide!’, gepresenteerd in juni 2024. Achter de schermen was de ambtelijke top, onder leiding van Secretaris-Generaal Dick Schoof (partijloos, SG van 2020-2024), cruciaal in de voorbereiding en uitvoering.

In de politieke arena van de Tweede Kamer is Songül Mutluer (GroenLinks-PvdA) de meest prominente en drijvende kracht. Haar initiatiefnota ‘Femicide – erkenning en aanpak van gendergerelateerd dodelijk geweld’ (november 2024) is een sleuteldocument. Deze nota vertaalde de eisen van het maatschappelijk middenveld direct naar politieke druk door te pleiten voor het strafbaar stellen van psychisch geweld en het verhogen van de strafmaat voor stalking. Hiermee dwong ze het kabinet tot concrete acties. Mutluer positioneert femicide consequent als een “sociaal en cultureel fenomeen dat diep verankerd is in onze gewoonten en denkpatronen.” Andere Kamerleden die zich actief met het onderwerp bezighielden, zoals Ulysse Ellian (VVD) en Hanneke van der Werf (D66), stelden samen met Mutluer Kamervragen over de voortgang van de aanpak.

Het Openbaar Ministerie als Narratieve Actor

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft zich ontwikkeld tot een proactieve ‘narratieve actor’. Onder leiding van procureur-generaal Sue Preenen heeft het OM de term ‘femicide’ en het bijbehorende narratief van ‘intieme terreur’ volledig omarmd. Judith van Schoonderwoerd den Bezemer-Wolters, de landelijk officier van justitie huiselijk geweld, erkent dat de term aanvankelijk op weerstand stuitte binnen de organisatie, maar nu “aan het landen is”. Haar definitie is leidend: “Is er sprake van fataal geweld tegen vrouwen vanuit een relatie die zich kenmerkt door dwingende controle, dan is het goed om dat benoemen als femicide.” Deze strategische keuze wordt in de praktijk gebracht door officieren van justitie als Nicolle Sommers (AP Oost-Nederland) en Annemiek van Eck, die de term expliciet gebruiken in hun requisitoirs om de context van jaloezie en bezitterigheid te duiden. Dit legitimeert het frame binnen de rechtszaal en stuurt aan op erkenning van de genderdimensie bij de straftoemeting.

De Kennis-As: De Invloed van Gefinancierde NGO’s

De NGO-wereld, die de ‘maatschappelijke urgentie’ en de ‘kennis’ produceert, wordt gedomineerd door grotendeels door de overheid gefinancierde organisaties.

  • Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, ontvangt een structurele subsidie van het Ministerie van OCW. Onder leiding van Kaouthar Darmoni (tot eind 2022) en opvolgers, positioneert Atria zich als de hoeder van de ‘juiste’ definitie (conform WHO/EIGE) en stelt dat “een duidelijke definitie nodig is om de omvang van het probleem in kaart te brengen en wetten op te stellen.”
  • Rutgers, expertisecentrum seksualiteit, ontvangt substantiële subsidies van de ministeries van Buitenlandse Zaken, VWS en OCW, aangevuld met miljoenen van de Nationale Postcode Loterij. Rutgers werkt in de door OCW gefinancierde alliantie ‘Act4Respect Unlimited’ samen met Atria en COC.
  • Emancipator, opgericht door Jens van Tricht, focust op de rol van mannen en mannelijkheid. De organisatie is een strategische partner in door OCW gesteunde allianties zoals ‘Politica’ en ‘Worden Wie Je Bent’.
  • Movisie, een landelijk kennisinstituut, pleit eveneens voor een brede, gedeelde definitie en framet het probleem als structureel, niet als ‘gezinsdrama’s’.

Academische Kenniscentra: Streven naar Onafhankelijkheid?

Naast de door de overheid gefinancierde kenniscentra, zijn er ook academische producenten van kennis.

  • WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum): Als kennisinstituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voert het WODC cruciaal onderzoek uit. Een lopend onderzoek door de Universiteit Maastricht naar de juridische erkenning van femicide en de weging van seksistische motieven zal de toekomstige beleidsdiscussie sterk beïnvloeden.
  • Nederlandse Femicide Monitor (Universiteit Leiden): Dit initiatief, gelanceerd in april 2025 onder leiding van prof. dr. Marieke Liem, is een gamechanger. Het creëert voor het eerst een onafhankelijke, wetenschappelijke database buiten de directe invloed van de overheid. Het doel is, in Liem’s woorden, “de discussie over femicide te informeren met empirische data.” Een andere belangrijke onderzoeker aan de Universiteit Leiden is Mojan Samadi, die het belang van een feministisch perspectief in het strafrecht benadrukt.

Media als Versterker: De Entrepreneurs van het Verhaal

De media fungeren als de belangrijkste versterker van de geproduceerde narratieven.

  • Saskia Belleman (De Telegraaf): Zij is de meest invloedrijke ‘narratieve entrepreneur’. Met haar boek Zij is van mij en de gelijknamige podcast heeft ze het frame van ‘intieme terreur’ en het patroon van ‘rode vlaggen’ succesvol gepopulariseerd. Haar werk wordt direct aangehaald door het WODC en beïnvloedt de publieke perceptie. Haar centrale, normatieve vraagstelling is: “Hoe kán het dat we dit keer op keer maar laten gebeuren?”
  • Andere Journalisten en Platforms: Schrijver Tessel ten Zweege werkt samen met Belleman. Platforms als LINDA.nl en BNNVARA (JOOP) adopteren en verspreiden consequent het ‘femicide’-frame en de “elke acht dagen”-statistiek, waarmee de cyclus van agendering wordt gevoed.

Analyse van Femicide in Nederland: De Transparantie-Index (FTI)

De Femicide Transparantie-Index (FTI) beoordeelt de transparantie van sleutelorganisaties op basis van openheid over framing, verslaglegging, belangenverstrengeling en de omgang met gevoelige taboes. De scores (Hoog, Gemiddeld, Laag) zijn kwalitatieve inschattingen.

  • Openbaar Ministerie (OM): Score Hoog. Het OM is expliciet over zijn framing (‘femicide’, ‘eerwraak’), publiceert actief persberichten en is als overheidsorgaan gebonden aan wettelijke kaders. De transparantie over het omgaan met taboes is gemiddeld; het benoemt ‘eerwraak’ expliciet, maar plaatst dit vaak buiten de context van “onze Nederlandse samenleving”, wat duidt op terughoudendheid om universele patriarchale wortels te benadrukken.
  • Atria: Score Gemiddeld. De organisatie is zeer expliciet over haar framing en publiceert onderzoeksrapporten. De score wordt echter gedrukt door de sterke financiële afhankelijkheid van het Ministerie van OCW, wat de agenda kan beïnvloeden (Gemiddeld op belangenverstrengeling). De score op taboes is Laag, vanwege een sterke focus op gender als primaire as, met minder aandacht voor de intersectie met religieuze of geopolitieke taboes.
  • Emancipator: Score Hoog. Emancipator heeft een duidelijke framing (focus op toxische mannelijkheid), publiceert openlijk over projecten en doorbreekt actief het taboe op de rol van mannen. De afhankelijkheid van door OCW gesteunde allianties levert een gemiddelde score op voor belangenverstrengeling.
  • De Telegraaf (S. Belleman): Score Gemiddeld. De framing is helder (‘intieme terreur’) en de publieke verslaglegging is zeer actief (krant, podcast). De score wordt gedrukt door de lage score op belangenverstrengeling; de enorme invloed creëert een eigen belang bij het bestendigen van het eigen, succesvolle narratief. De omgang met taboes is gemiddeld, omdat de focus op het herkenbare patroon van partnergeweld complexere culturele zaken minder aandacht geeft.
  • CIDI: Score Laag. Hoewel geen primaire actor in het femicide-debat, is de organisatie als voorbeeld opgenomen. De financiële transparantie is laag (summier ANBI-verslag) en de ideologische belangenverstrengeling is hoog en onvermijdelijk. De organisatie vermijdt onderwerpen die niet direct gerelateerd zijn aan de kerndoelstelling.

Mediaframing van Femicide in Nederland: De Zaak Roshin en ‘Culturele Othering’

Een AI-audit van de mediaframing rond de moord op de 28-jarige Roshin in Apeldoorn (2023) dient als een perfecte casestudy voor de effectiviteit van narratieve codering.

  • Onmiddellijke en Consistente Framing: Vanaf de allereerste berichtgeving werd de term “eerwraak” dominant gebruikt door media en later bevestigd door het OM. Er was geen sprake van een semantische verschuiving; het frame werd direct vastgezet.
  • Semantische Codering: De daad werd gecodeerd met een specifieke set termen: “eerwraak”, “beestachtig afgeslacht”, “culturele normen en waarden” en “familie-eer”. De Syrisch/Koerdische achtergrond van de familie werd systematisch benadrukt. Dit staat in schril contrast met het ‘intieme terreur’-script, dat focust op de psychologie van een individuele dader.
  • Hergebruik van Scripts: Het ‘eerwraak’-script is een gerecycled narratief. Het wordt geactiveerd zodra een zaak kenmerken vertoont van een collectieve, familiaire daad met een niet-westerse achtergrond. Het script omvat drie stappen: 1) het benadrukken van de culturele achtergrond, 2) het focussen op de extreme brutaliteit, en 3) het positioneren van de daad als “on-Nederlands”.
  • Geopolitieke Neutralisatie en Culturele Othering: Door de daad te framen als een product van “culturele normen” die “absoluut geen plaats hebben in onze Nederlandse samenleving”, wordt het geweld genormaliseerd als een extern, geïmporteerd probleem. Dit neutraliseert de ongemakkelijke waarheid dat de onderliggende drijfveer – patriarchale controle over de autonomie van een vrouw – universeel is en ook ten grondslag ligt aan ‘Nederlandse’ femicide. De machtscontext wordt uitsluitend gedefinieerd als ‘cultuur’ en ‘familie-eer’, waardoor de daad wordt geïsoleerd van het bredere, door de VN en EU gepropageerde femicide-narratief over genderongelijkheid.

De Blinde Vlekken van Femicide in Nederland: De Architectuur van Stilte

De dominantie van de twee mediagenieke scripts (‘intieme terreur’ en ‘eerwraak’) creëert een ‘architectuur van stilte’ waarin hele categorieën van femicide systematisch worden gemarginaliseerd.

Potentieel Onderbelichte Categorieën:

  1. Femicide binnen ultra-orthodoxe (zowel christelijke als joodse) gemeenschappen.
  2. Femicide gepleegd door zonen of andere (niet-partner) familieleden zonder ‘eermotief’.
  3. Femicide op oudere leeftijd, vaak afgedaan als uit de hand gelopen zorgsituaties.
  4. Femicide binnen LHBTIQ+-relaties.
  5. Femicide waarbij het patroon van ‘dwingende controle’ minder eenduidig is.

Deze marginalisatie is vaak geen bewuste keuze van één actor, maar een systemisch gevolg. Media, gedreven door de noodzaak van een helder verhaal, kiezen zaken die in een bestaand script passen. Politici en NGO’s, die hun agenda baseren op de ‘grote getallen’ van partnerdoding, besteden minder aandacht aan de uitzonderingen.

Simulatie: Een Alternatief Debat
Stel dat een femicidezaak binnen een streng-christelijke ‘reformatorische’ gemeenschap, waarbij een vrouw door haar man wordt gedood na jaren van psychische onderdrukking op basis van religieuze doctrine, dezelfde media-aandacht zou krijgen als de zaak-Roshin.

  • Het Publieke Debat zou direct verschuiven van ‘cultuur’ en ‘migratie’ naar de rol van religie, patriarchale theologische interpretaties en sociale controle binnen gesloten gemeenschappen in Nederland zelf. De simpele dichotomie ‘progressief seculier’ versus ‘conservatief religieus met migratieachtergrond’ zou worden doorbroken.
  • Het Beleid zou moeten veranderen. Naast het strafrecht zou er aandacht moeten komen voor onderwijs in gesloten gemeenschappen en de positie van vrouwen binnen kerkgenootschappen. Het plan ‘Stop Femicide!’ zou uitgebreid moeten worden met een paragraaf over religieus gelegitimeerd geweld, wat politiek uiterst gevoelig ligt.

Conclusie: Een Routekaart voor Transparantie over Femicide in Nederland

Dit tegenonderzoek toont onomstotelijk aan dat de framing van femicide in Nederland wordt gestuurd door een selecte groep beleidsverantwoordelijken, justitiële functionarissen, NGO-leiders en mediafiguren. Hun keuzes, mede gevormd door financieringsstructuren en institutionele belangen, bepalen welke zaken aandacht krijgen en welke narratieven dominant worden. De Femicide Transparantie-Index (FTI) legt een gebrek aan openheid bloot, met name bij organisaties met een sterke afhankelijkheid van overheidssubsidies (Atria). De media-audit van de zaak-Roshin laat een patroon van ‘culturele othering’ zien, dat deze femicide narratief isoleert van het ‘intieme terreur’-script en een blinde vlek creëert voor de universele patriarchale structuren die aan beide ten grondslag liggen.

Previous Article

NOBIVAC NXT: De Strategische Convergentie van saRNA-Vaccins en Veterinaire Regelgeving

Next Article

Het Milieuverdrag van 1972: Dekmantel voor Mondiale Controle?

Write a Comment

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Subscribe to our Newsletter

Subscribe to our email newsletter to get the latest posts delivered right to your email.
Pure inspiration, zero spam ✨